(bedrijfs)reportages, evenementen, fotoshoots, portretfotografie, webdesign

Posts tagged “geschiedenis

STUDIO56-Parijs-vervolg


Louvre
Gevel
Detail

A1-Parijs-Louvre-gevel-detail-in grijs kader


STUDIO56-Gebouwen-De Crackstate


Heerenveen(Fr.) De Crackstate(Een zgn. Stinse)

Status: Monument

A1-Gemeentehuis Heerenveen-staand-1- in kader-STUDIO 56Dit monumentale pand werd in 1648 gebouwd in opdracht van Johannes Sytzes Crack, op de plaats waar al een state uit 1608 stond. De naam is ontstaan door de samenvoeging van de familienaam Crack en het woord state. Bij meer stinsen komt in de naam het achtervoegsel -state voor.

Het gebouw staat aan de Crackstraat in Heerenveen en is omgeven door een gracht.

De brug over de gracht stamt, zoals vermeld op een ingemetselde steen, uit 1775. De poort voor de brug is afkomstig uit de buurt van Hoorn en vermeldt het jaar 1819.

 

 

A1-Gemeentehuis Heerenveen-glas-in-lood-400Tot 1833 deed de state dienst als woonhuis van de geslachten van de familie Crack.

 

Foto: Glas-in-lood afbeelding van de heer des huizes naast de voordeur

 

Daarna werd het gebouw eigendom van het Rijk.

In 1890 werd een gevangenis bijgebouwd. Meer dan een eeuw diende het pand als gerechtsgebouw en als Huis van Arrest (gevangenis).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in deze gevangenis gemarteld. Op 15 maart 1945 werden er tien mensen gefusilleerd.

 

A1-Gemeentehuis Heerenveen-Beeld in de tuin-staand-def-in kader-STUDIO 56

In 1949 werd Crackstate eigendom van de gemeente.

Sinds 1952 doet het pand dienst als gemeentehuis van Heerenveen.

In 1993 werd een nieuw gemeentehuis naast de state gebouwd. De twee panden zijn met elkaar verbonden. De trouwzaal is in het monumentale pand.

 

Crackstate heeft een toren met een koepeltje, dat waarschijnlijk als uitkijkpost werd gebruikt.

 

 

In 1962 werd er een beiaard met 37 klokken in geplaatst, die in 1985 is gereviseerd en werd uitgebreid met twee klokken.

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Beeld in de tuin

 

Kunst-Beelden in de tuin

De beelden in de tuin(langs de gracht) zijn die van ganzen een eend en een meisje.

Een markant gezicht vooral op de eerste lentedag beschenen door het zonlicht:

A1-Gemeentehuis Heerenveen-Beeld in de tuin-ganzen-in kader-STUDIO 56


Oldtimers-Vervolg


Gisteren op bezoek bij een oldtimer restaurauteur.
Voor de deur stond een echte blikvanger:

Een Lancia Aprilia van 1948, type Cabriolet Langenthal(verlengd model)

Overgebracht naar Nederland vanuit Zwitserland, wat kleine reparaties, opgepoetst en direct alweer verkocht. Bijzonder detail is dat het stuur aan de rechterkant zit, maar dat was toen gebruikelijk. Het werd als veiliger beschouwd. (1500cc,48 PK, topsnelheid 135 kmh.)

Een auto voor in “de virtuele garage”(van Sjoerd Laanstra)

A1-Oldtimers-Lancia Aprillia-1-900-STUDIO 56

A1-Oldtimers-2-Lancia Aprilia-1948-wit-interieur-stuur rechts-900-STUDIO 56

A1-Oldtimers-3-Lancia Aprilia(1948)-voorkant-900-studio 56


STUDIO 56-Pinetum Anloo-vervolg


A1-Pinetum-Anloo-13-950-STUDIO 56

266px-Ginkgo_biloba_avifauna_alphen_aan_den_rijnInteressant in het pinetum zijn bijvoorbeeld:

Een verzameling van 13 verschillende cultivars van de Japanse notenboom (Ginkgo biloba).

Foto links: een heel ander soort blad(Foto:Internet)

Een cultivar bestaat uit een plant of groep van planten die op grond van een bepaalde eigenschap of eigenschappen geselecteerd is (van oorsprong een kweekproduct of uit het wild verzameld) en die betrouwbaar vermeerderd kan worden, op de (voor die cultivar) voorgeschreven manier.

266px-Chamaecyparis_lawsoniana-BonsaiDe grote verzameling cultivars uit de geslachten Chamaecyparis.

Chamaecyparis is de botanische naam van een geslacht uit de cipresfamilie

Foto links: Bonsai(Foto: Internet)

266px-Jeneverbes_bessenJeneverbes (Juniperus) is een geslacht van de coniferen.

Het telt een vijftig à zestig soorten, die voornamelijk voorkomen in de gematigde streken van het noordelijk halfrond, maar waarvan een aantal soorten voorkomen in de bergen elders.

Foto rechts: Jeneverbes(Foto: Internet)

Mooi zijn de verschillende kleuren van de coniferen. Die dag was er volop zon en knalde het geel er nog eens extra uit.

Zie foto hieronder:

 

A1-Pinetum Anloo-14-950-STUDIO 56

Maar er is ook veel variatie in groentinten. Een waar eldorado:

 

A1-Pinetum Anloo-15-600-STUDIO 56


STUDIO 56-Tussen Huven en GroB BerBen-een verloren stukje geschiedenis….


We bevinden ons weer in Emsland, Duitsland voor een volgend bezoek aan een serie hunebedden.

Deze keer gaan we richting Berssen. Daar liggen een aantal hunebedden dicht bij elkaar…., een stuk of 7/8 wel te verstaan! De eerste 3/4 hunebedden  (klik voor spot), die we aantreffen,  zijn niet meer in al te beste staat. Het merendeel is uit elkaar gevallen,  incompleet of beschadigd doordat er stukken zijn afgehakt door eerdere bewoners. Op een van de borden, die zijn geplaatst bij deze historische plekken staat beschreven dat veel hunebedden zijn gebruikt voor de bouw van huizen en aanleg van wegen.

De hunebedden zijn niet gereconstrueerd zoals dat in Nederland- met behulp van ijzeren pennen- wel op veel plaatsen het geval is. Is dat nou jammer of juist niet….De vervallen staat van wat eens was heeft zeker iets….Het is in ieder geval authentiek.

Je kunt hier amper meer van een hunebed spreken-wat je ziet zijn een paar verdwaalde stenen in het landschap in een ietwat onwerkelijke sfeer:

Ook worden de terreinen waar de hunebedden of de restanten ervan liggen niet zo goed onderhouden als in Nederland. Eigenlijk heel bijzonder, want de Duitsers zijn rondom hun eigen huis en in hun eigen omgeving veel netter dan wij….Deze stenen zijn aardig overwoekerd…. en als er niets meer aan gedaan wordt dan is zo meteen ook dit sukje historie verdwenen…

Wat ik altijd mooi vind, zijn de mossen die op die grote stenen groeien:

Toch krijg ik de neiging bij die links en rechts verspreide stenen om er iets bij te verzinnen:

Klik voor meer voorbeelden van fotomontage eens op: https://studio562614.wordpress.com/fotomontage/

Als je “de megalithenroute”(die zeer de moeite waard is) zelf wilt gaan rijden in de vakantie, raad ik je aan om van te voren de te bezoeken locaties te noteren en/of de coordinaten in je telefoon te zetten….De hunebedden staan niet, zoals sinds deze zomer heel duidelijk in Nederland, aangegeven op kaartjes en paaltjes.

wordt vervolgd…..


STUDIO56-Het blijft tot de verbeelding spreken…


Hunebedden zijn de grafmonumenten van de z.g. Trechterbekercultuur (TRB). Die cultuur had zo’n 5500 jaar geleden in Noord-Europa een zeer groot verspreidingsgebied: tot in Zweden en Polen aan toe. De TRB mensen bouwden portaal- en ganggraven, die wij nu hunebedden noemen. Ze werden alleen op die plaatsen gebouwd waar in de bodem zwerfkeien voorkwamen die daar groot genoeg voor waren en dat was behalve in Nederland, ook in Noord-Duitsland en Denemarken het geval. Kleinere steengraven (zonder zij-ingang) heten dolmens en komen in een nog ruimer gebied voor. Het slepen met enorme rotsblokken bleef niet tot deze cultuur beperkt. In het neolithicum en de daarop volgende brons- en ijzertijd was het in tal van Westeuropese beschavingen een geliefde bezigheid.

In Nederland vind je de meeste hunebedden in Drenthe: er zijn er in totaal 54. Al eerder heb ik geschreven over deze monumentale graven, die altijd nog voor een mysterie zorgen. Voor mij spreken ze in ieder geval tot de verbeelding.

In Drouwen in Drenthe liggen twee hunebedden dicht bij elkaar. De een wellicht wat ouder dan het ander….


Bij Drouwen in Drenthe liggen meerdere hunebedden, 2 aan de westkant van het dorp, en een derde wat verder naar het westen, terwijl de 5 hunebedden van Bronneger in feite tussen de beide dorpen inliggen.

Voor meer info over de hunebedden in Bronneger, klik op: https://studio562614.wordpress.com/2012/05/08/studio56-monumentale-graven-in-het-landschap-3/

In het verleden zijn er nog meer hunebedden geweest, een bron uit de 18e eeuw spreekt van 16 hunebedden in de “”Marke” Drouwen (ruwweg Drouwen en Bronneger). Al met al lijkt het erop dat het gebied rond Drouwen, Bronneger en Borger een kerngebied voor de hunebedbouwers vormde.

Aan de Steenhopenweg in Drouwen liggen de hunebedden D19 en D20. In 1912 kreeg hunebed D19 als eerste hunebed een modern archeologisch onderzoek(Door D.J. Holwerda). Hij onderzocht later ook D20.

In beide  Hunebedden werden veel archeologische vondsten gedaan. D20 zou echter van een latere datum zijn dan D19, en zijn gebouwd in de zgn. Havelte-periode.

Als je wilt lezen wat er op het bordje hierboven staat, klik dan op de afbeelding.

Drouwen is een klein dorp met 500 inwoners, maar in de zomer zijn er veel meer mensen, want de plaats is populair bij toeristen.

De belangrijkste reden hiervoor zijn de bossen en heidevelden rond het dorp, het Drouwenerzand ten noorden van het dorp (tussen Drouwen en Gasselte) en het Drouwenerveld(boswachterij Gieten-Borger) ten westen.

In deze boswachterij heeft staatsbosbeheer het Boomkroonpad gecreëerd, waar je onder de grond en in de kruinen van de bomen informatie over de natuur krijgt. 

 

In het Drouwenerzand zwerft een schaapskudde over de hei. In Drouwen kunt je het telefoonmuseum bezoeken.

Iedere keer als ik weer bij één van die steenhopen sta, dan slaat mijn fantasie op hol:

 


STUDIO56-Simenon en Maigret in Delfzijl-Georges Simenon et Maigret à Delfzijl aux Pays-Bas


Depuis 1966 une statue de Maigret, réalisée par le sculpteur Pieter d’Hont, se trouve à Delfzijl, puisque Georges Simenon a prétendu qu’il avait écrit son premier roman de la série Maigret ici.

Le roman mettant en scène Maigret « Un crime en Hollande » s’y déroule.

“Een klein stadje, tien of hoogstens twaalf straten, geplaveid met mooie rode klinkers, zo regelmatig als de tegels in een keuken, lage huizen van baksteen met veel licht en vrolijk gekleurd houtwerk.”

Zo karakteriseert Commissaris Maigret het Delfzijl van 1930 in het boek “Un Crime en Hollande” van Georges Simenon.

De figuur van de beroemde commissaris Maigret werd bedacht tijdens zijn verblijf in Delfzijl. Ter nagedachtenis van dit feit en ter gelegenheid van de duizendste “Zwarte beertjes-uitgave” werd door uitgeverij Bruna een standbeeld aangeboden aan de gemeente Delfzijl.

Op 3 september 1966 werd het beeld door Georges Simenon zelf onthuld.

Op de foto links:

V.l.n.r.: Jean Gabin,Georges Simenon, Heinz Ruhmann, Rupert Davies en Jan Teulings.

Het duizendste “Zwarte beertje” was een bijzondere Maigret-uitgave.  De titel is ” Georges Simenon: Maigret en de zaak Nahour/Georges Sim: Het Kasteel van Roodezand”. Het verhaal speelt in Groningen en werd in 1933 gepubliceerd onder het pseudoniem Georges Sim.

De Maigret-romans(zo’n tachtig!) hebben de naam van Simenon over de hele wereld bekend gemaakt.

Naast  de Maigrets heeft de schrijver nog veel meer boeken geschreven. In totaal ongeveer 500.

In 1929 liep Simenon met zijn lekke kotter “Ostrogoth” de haven van Delfzijl binnen. Tijdens zijn gedwongen verblijf onstond de roman “Crime en Hollande”(Maigret in Holland),dat in Delfzijl speelt. In deze eerste “echte” Maigret beschrijft de auteur de geboorteplaats van de Franse speurder: “Het stadje ligt daar als een stuk speelgoed”.

De uitgever gaf de opdracht voor het beeld aan Pieter d’Hont.

De kunstenaar maakte een bronzen beeld, ongeveer 1.50 meter hoog, dat zou komen te staan vlak bij het huis waar Simenon destijds logeerde.

Op 3 september 1966 onthuldde de schrijver het standbeeld van zijn meesterspeurder aan de oever van het Damsterdiep. Hij zei daarbij het beeld precies te vinden zoals hij zich Maigret had voorgesteld.

Bij de korte plechtigheid waren niet alleen een paar buitenlandse uitgevers van Maigret-boeken aanwezig, maar ook enkele Nederlandse en buitenlandse Maigret-acteurs.

Alle  aanwezige Maigret-vertolkers staken bij de gelegenheid de voor Maigret zo karakteristieke pijp op.

Op de foto hierboven: Bruno Cremer

Het Groninger Studentencorps “Het Zwarte Beertje” bood Simenon een standaard met vier Goudse pijpen en een tabakspot aan. De schrijver ontving bovendien een replica van het beeld.

Tot over de grens is in kranten aandacht besteed aan de onthulling, maar bij een enquête in 1968 bleek dat maar weinig mensen wisten dat het beeld in Delfzijl staat. Ook vandaag de dag is het nog maar de vraag of het bekend is dat het beeld er staat. Rond 1970 vroeg de uitgever de gemeente Delfzijl het beeld een opvallender plaats te geven, maar daar ging men niet op in. Het staat nog steeds vlak bij de plaats waar de figuur van de meesterspeurder is ontstaan.


STUDIO56-Saâmgetorschte stenen-Fascinatie en huivering


Hun stam verging, met hen de kennis hunner daân.
geen sage of monument spreekt meer van hun bestaan,
dan ’t eenzaam hunebed, wiens saâmgetorschte steenen
aan ’t graf van ’t opperhoofd een wilde pracht verleenen.

J.Hofdijk, Aeddon, een episch gedicht(1852)

De Havelterberg in Zuidwest-Drenthe is gevormd door opstuwend landijs(180.000-130.000 jaar geleden).Reusachtige gletsjers hadden de ondergrond voor zich uitgeschoven. Voor de vroegste noordelijke boeren hadden de gletsjers enorme stenen achtergelaten die zich in keileem bevonden. Die stenen werden het bouwmateriaal van de hunebedden. Door onderzoek kon worden vastgesteld dat de zwerfstenen in Noord-nederland grotendeels afkomstig zijn uit Oost-Finland. Op de Havelterberg staat een “hunebeddenpaar”,De D53 en D54. Wat we hier zien van hunebed D54 is slechts het geraamte van wat vroeger een heel gesloten grafkamer was, die rustte onder een grote dekheuvel.

Het aardewerk dat als grafgift werd meegegeven heeft inzicht verschaft over het aantal mensen dat in een hunebed werd begraven. In Havelte zijn meer dan 500 potten gevonden.

In het verleden- en misschien ook nog wel in het heden- hebben mensen altijd een zekere fascinatie en zelfs huivering gevoeld voor hunebedden en de plek waar ze zich bevinden. Ronddolende witte wieven of anderszins zouden daar iets mee te maken hebben.


STUDIO56-D53A of 53B


Even verderop ligt nog een groep Hunebedden. Hiervan is geen indicatie of informatie gegeven. Het is sowieso een gedoe om Hunebedden te vinden in Drenthe. Heel raar dat dat niet beter is aangegeven…Via Internet goed uit te zoeken maar in het eggies pakt dat soms toch nog wel lastig uit….

Ik was dus bij D53 en dan ligt er nog meer, maar niet nader in kaart gebracht, de omgeving is prachtig, je kunt er ook mooie rondwandelingen maken met verschillende kilometers:


STUDIO56-Monumentale graven in het landschap-3


Hunebedden “steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten”.

Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed “reuzen op aarde waren”.

De term “Huynen” beklijfde en in 1685 werden “de steenhopen” omgedoopt tot “hunebedden”.

Hunebedden zijn een geliefd object voor fotografen. Ze worden vaak omringd door eewenoude bomen, waarmee ze soms vergroeid lijken  te zijn. Het Hunebed D21 bij Bronneger lijkt wel uit een oude grillig gevormde beuk te komen. De stenen staan er in ieder geval heel dichtbij. Op de dag van de foto was het wat somber weer en onder de takken van de boom lijken de stenen wel 1 grote groene klomp. Met een ondergaande zon zou het beeld wellicht wat sfeervoller kunnen zijn. Toch blijft het een mooi beeld:

Op hetzelfde terrein ligt D22. Eigenlijk zijn het twee kleinere stenen, die ook weer dicht tegen een boom aan liggen. De boom staat helemaal scheef. Als de stenen er niet zouden liggen dan zou deze waarschijnlijk omvallen. De steen(stenen) gecombineerd met een uitholling in de boom geeft een mooi beeld. Het hout lijkt haast wel blauw-paars:

D21 en D22 zijn in 1918 opgegraven door Professor Van Giffen. Daardoor weten we dat er in D21 al tijdens de vroegste fase bijzettingen plaatavonden. Het gevonden aardewerk in D21 dateert van 3300 v. Chr. Een van de (Trechterbeker)potten, gevonden in hunebed D21 is zo bijzonder dat er in 1983 een artikel in de Nieuwe Drentse Volksalmanak aan werd gewijd. De auteur stelt dat de betreffende pot, die versierd is met “staande driehoeken met arcering”, atypisch is voor de Westgroep van de trechterbekercultuur-de groep waartoe onze hunebedden behoren-maar verwantschap vertoont met aardewerk van de Noordgroep, die thuis is in Zuid-Zweden, Denemarken, Sleeswijk-Holstein en Mecklenburg. De pot zou een importstuk uit dat gebied kunnen zijn, of voortkomen uit een exotisch huwelijk tussen twee leden van de verschillende groepen.


STUDIO56-Monumentale graven in het landschap-2


®STUDIO 56-Hunebed D23-Bronneger-detail

Dat er nog maar weinig aan opgravingen is gedaan, komt omdat daar strenge regels voor gelden. Als de plek waar het hunebed zich bevindt bedreigd wordt, bijvoorbeeld door nieuwbouw of aanleg van wegen dan wordt er uitvoerig bodemonderzoek gedaan, alhoewel dat ook niet altijd het geval is. Huizen werden soms vlak naast zo’n plek gebouwd en was het de nieuwkomers verboden om in de directe omgeving van hun huis te graven. Toch is er al veel verdwenen uit en rond de nog bestaande hunebedden. Niet alles is geroofd. Waardevol aardewerk is in een aantal gevallen overgebracht naar musea in Nederland of in het buitenland.

Oorspronkelijk waren ze bedekt door een zandheuvel. Wat je ziet zijn de wanden en het dak van de grafkelder.

®STUDIO 56-Hunebed D23-Bronneger

De schaarse vondsten die bekend zijn uit dit groepje graven zijn gedaan in 1878, tijdens de reis die de Engelse geleerden William Collings Lukis en Henry Dryden langs een groot deel van de Nederlandse hunebedden maakten. Ze waren hier op uitdrukkelijk verzoek van de Londense Society of Antiquaries. De opdracht die ze hadden was de hunebedden te bestuderen, op te meten en op tekening vast te leggen “voordat het te laat was”. men had inmiddels gehoord over de weinig gelukkige restauratiepogingen die vanuit Drenthe werden ondernomen.

®STUDIO 56-Hunebed D25 bij Bronneger-detail


STUDIO56-Monumentale graven in het landschap


Pour ce Père des Dolmens , Entouré de Vieux Chênes ,
Les Vents lui rende visite , parlant d’Echos de Flore ,
Quand le Peuple en Accord , vivait d’Ondes souterraines .
~
NéO~


®2012-studio 56-Hunebed D25 bij Bronneger

Drenthe is bekend om zijn hunebedden. In totaal zijn er 54 van in Noord-Nederland, waarvan er zich slechts 1 buiten Drenthe bevindt.(G5 in Groningen). Sommige locaties zijn heel bijzonder, omdat daar meerdere exemplaren bij elkaar liggen. Professor A.E. van Giffen, ook wel “de vader van de hunebedden” genoemd, heeft ze in het begin van de 20e eeuw in kaart gebracht en genummerd.(Rangnummers met letters)De nummers D21-D25(De D staat voor Drenthe) liggen in 2 groepen ten westen van Bronneger. De hunebedden liggen in een weids landschap en zijn omringd door bomen of liggen in een bos(je).

®2012-STUDIO 56-Hunebed D25 bij Bronneger in een fraai bosperceel

De vijf hunebedden zijn wettelijk beschermd en zijn relatief klein. D21 is met zijn 7,7 meter de grootste van allemaal. Ter vergelijking: De meeste hunebedden in de buurt zijn veel groter. Het bekende hunebed in Borger meet ruim 22,5 meter. Het zijn overigens niet de enige graven op de Zuider Esch. Schuin tegenover de D23-D25 groep liggen twee grafheuvels, die beiden zijn onderzocht door professor A.E. van Giffen. Het aardewerk dat is aangetroffen in de
grafheuvels en de hunebedden dateert van 3300 v. Chr. Van de hunebedden D23-D25 is niet veel bekend.Dat zou kunnen betekenen dat hun wetenschappelijke, waardevolle inhoud nog ter plaatse aanwezig is.

® STUDIO 56-Hunebed D24 bij Bronneger-detail-Is er nog waardevolle inhoud?

De vijf hunebedden van Bronneger herbergen nog veel geheimen. Waarom liggen er hier 2 clusters en waarom liggen er op de ene locatie 2 en de op de andere 3 graven? Waarom zijn de graven zo klein? Waar hebben de bouwers gewoond? Er is nog veel onderzoek nodig naar opgegeraven grafkelderinhouden. Dit zou kunnen leiden tot nieuw inzicht over het gebruik en de gebruikers van de hunebedden. Met nieuw ontwikkelde technieken kunnen we overwegen om weer eens te gaan graven in een huneed. De laatste keer was in 1970…..

®2012-STUDIO 56-Hunebed D23-Bronneger-Klein formaat